Hoe werkt een omvormer, en waarom hij in het najaar slechter presteert
De omvormer is het enige actieve onderdeel van je zonne-installatie en het eerste dat stukgaat. Hoe hij werkt, waarom deellast in het najaar zijn zwakke plek is, en wat onze eigen cijfers laten zien.
Zonnepanelen maken gelijkstroom. Je stopcontact wil wisselstroom, op precies 230 volt en 50 hertz, netjes in de pas met het net. Dat vertaalwerk doet de omvormer, en hij is daarmee het enige onderdeel van je installatie dat continu actief staat te werken. Panelen gaan 25 jaar mee, een omvormer meestal 10 tot 15.
Wat er in dat kastje gebeurt
Drie dingen tegelijk. Ten eerste het omzetten zelf: gelijkstroom wordt door snel schakelen omgevormd tot een wisselspanning die de netfrequentie volgt. Ten tweede het zoeken naar het beste werkpunt van je panelen, het punt waarop spanning maal stroom het hoogste vermogen geeft. Dat heet MPP-tracking en het gebeurt continu, want bij elke wolk verschuift dat punt.
Ten derde de bewaking. Valt het net weg, dan moet de omvormer binnen fracties van een seconde stoppen met leveren. Anders zou hij stroom het net op blijven duwen terwijl een monteur denkt dat het spanningsloos is.
Deellast is zijn zwakke plek
Een omvormer is het zuinigst als hij dicht bij zijn nominale vermogen draait. Bij heel lage ingangsvermogens gaat een relatief groot deel op aan zijn eigen elektronica, en onder een bepaalde drempel start hij helemaal niet. Daarom kijken fabrikanten naar de Europese rendementsmaat, die het rendement bij verschillende deelbelastingen weegt in plaats van alleen de piek te noemen.
En precies dat is wat het najaar met je installatie doet. Onze eigen 3,5 kWp installatie, eerste twaalf dagen van augustus tegen dezelfde dagen in september:
- Piekvermogen: 3.367 W in augustus, 3.341 W in september. Vrijwel gelijk.
- Gemiddeld vermogen op de momenten dat hij leverde: van 1.326 W naar 801 W.
- Aandeel van de tijd dat er überhaupt iets geleverd werd: van 62 naar 54 procent.
De top blijft dus even hoog, maar hij staat veel langer op een kwart of een derde van zijn kunnen te pruttelen. Dat is het bereik waarin hij relatief het meeste van zichzelf opsnoept.
Waarom een te grote omvormer niet slim is
Het is verleidelijk om ruim te kiezen "voor later". Maar een omvormer die zelden boven een kwart van zijn vermogen komt, draait het grootste deel van het jaar in zijn ongunstigste gebied. Vandaar dat installateurs bewust iets onderdimensioneren ten opzichte van het paneelvermogen: je verliest een paar uur per jaar de allerhoogste pieken en wint de rest van het jaar rendement.
Let op de leeftijd
Omdat de omvormer het onderdeel is dat als eerste opgeeft, is het ook het onderdeel om in de gaten te houden. Een installatie die stilletjes tien procent minder doet dan vorig jaar wijst vaker op de omvormer dan op de panelen. Zonder meting valt dat niet op, want een dak dat minder levert ziet er precies hetzelfde uit.
Vergelijk daarom je opbrengst per maand met dezelfde maand vorig jaar in plaats van met de vorige maand; alleen dan filter je het seizoen eruit. Dat kan bij zonnepanelen monitoren. Wil je je omvormer rechtstreeks uitlezen, dan staat per merk beschreven hoe dat gaat in omvormer koppelen.